SportWetenschap

Rekbare grenzen aan de menselijke prestatie

Lange tijd werden fysieke prestaties voornamelijk beoordeeld vanuit de wetenschappelijke kennis die er over spieren, hart en longen bestond, en leek ‘het hoofd’ een ondergeschikte rol te spelen. Onterecht, concludeerde de Canadese wetenschapsjournalist Alex Hutchinson, nadat hij zijn boek ‘Endure’ over de grenzen van het menselijk presteren, geschreven had. Hij vertelde erover tijdens het ‘Medicine in Extremes’ congres begin dit jaar. Voor Sportgericht schreef ik een samenvatting.

Net als in zijn boek begon Hutchinsons presentatie met zijn eigen ‘overwinning’ uit 1996. Hutchinson, op dat moment een student van 20 jaar en lid van het hardloopteam van de Canadese McGill universiteit weet tijdens een 1500 meter wedstrijd de voor hem magische grens van 4 minuten te verbreken. Hij had de hoop op zo’n prestatie eigenlijk al opgegeven, maar nu was het hem ineens gelukt, tijdens een onbeduidende indoorwedstrijd nog wel. Na de race kwam Hutchinson erachter dat een onoplettende tijdwaarnemer hem onbedoeld geholpen had door aan het begin van de wedstrijd veel te snelle tussentijden door te geven: ze gaven Hutchinson gedurende de hele race vleugels.

Grenzen oprekken

Vanaf die dag was de 4 minuten-grens geen grens meer voor Hutchinson. Net zoals dat voor menig atleet niet meer was toen Roger Bannister in 1954 de mijl in 3 minuut en 59,4 seconden wist te beëindigen, en naar verwachting een marathon binnen de twee uur over vijf jaar geen hele bijzondere prestatie meer zal zijn. Het geeft volgens Hutchinson maar aan dat fysieke grenzen meer in het hoofd dan in het lichaam zitten. Hij verwijst daarbij naar een studie uit 1986 waarin proefpersonen tijdens een statische squat (‘muurzitten’) het steeds langer volhielden wanneer ze beloond werden met een groter geldbedrag.1 “Zorgt geld voor een verandering in de fysiologie? Nee, het zijn je hersenen die de grens bepalen.”

Het betekent een paradigmaverschuiving in de inspanningsfysiologie. Het traditionele ‘menselijke machine’ model van volhouden, waarbij het gevoel van inspanning (‘sense of effort’) niet méér is dan een bijproduct van de vermoeidheid in de spieren, maakt daarbij plaats voor het psychobiologische model, waarbij het gevoel van inspanning centraal komt te staan. Dit gevoel bepaalt uiteindelijk wanneer een atleet opgeeft; het wordt niet alleen beïnvloed door allerhande signalen uit het lichaam zoals van de spieren (pijn, vermoeidheid, temperatuur) maar ook vanuit andere hersengebieden (motivatie bijvoorbeeld).2  

Blije gezichten

Aan de hand van het psychobiologische model en gestaafd door wetenschappelijke studies, geeft Hutchinson een viertal adviezen waarmee een atleet zijn prestatie kan proberen te verbeteren. Ten eerste is dat door het belang van de juiste omgeving te onderkennen. Hoe verklaar je anders dat proefpersonen een fietstest tot uitputting 12 procent langer vol hielden wanneer zij subliminaal (‘in een flits’ van 16 milliseconden) blije gezichten te zien kregen dan wanneer de gezichten verdrietig stonden?3 Ten tweede is dat door goed gebruik te maken van je team. In een roeitest bleek de bemanning van de Oxford-acht hun pijntolerantie te verbeteren wanneer zij ‘en groupe’ de test afwerkten dan wanneer iedere roeier dat individueel deed.4

Tip 3: geef niet alleen je lichaam maar ook je hersenen voldoende rust. Dat mentale vermoeidheid de fysieke prestatie in de weg zit liet een studie uit 2009 zien waarin proefpersonen een fietstest minder lang volhielden wanneer zij van te voren een belastende computertaak van anderhalf uur hadden uitgevoerd in plaats van naar een neutrale documentaire over de geschiedenis van Ferrari te kijken.5 Niet alleen duursporters hebben baat bij een fris hoofd, ook voetballers: hun reactietijd en nauwkeurigheid werden slechter na een mentaal belastende Stroop-test van een half uur.6 Ten slotte: werk aan je zelfvertrouwen. Zo zorgde een tweeweeks programma dat gericht was op motivationele zelfspraak (‘self-talk’) bij goed getrainde proefpersonen voor een verbetering van wel 40 procent in hun fietsprestatie, zonder dat het bijhorende gevoel van inspanning veranderde.7

  1. Cabanac M (1986). Money versus pain: experimental study of a conflict in humans. Journal of the Experimental Analysis of Behavior, 46 (1), 37-44.
  2. Nieuwenhuys A & Schiphof-Godart L (2018). Waar een wil is, is een weg? Experts over vermoeidheid en sportprestatie. Sportgericht, 72 (1), 45-48.
  3. Blanchfield A, Hardy J & Marcora S (2014). Non-conscious visual cues related to affect and action alter perception of effort and endurance performance. Frontiers in Human Neuroscience, Dec 11, 8, 967. doi: 10.3389/fnhum.2014.00967.
  4. Cohen EE et al. (2010). Rowers’ high: behavioural synchrony is correlated with elevated pain thresholds. Biology Letters, 6 (1), 106-108.
  5. Marcora SM, Staiano W & Manning V (2009). Mental fatigue impairs physical performance in humans. Journal of Applied Physiology, 106 (3), 857-864.
  6. Smith MR et al. (2016). Mental fatigue impairs soccer-specific decision-making skill. Journal of Sports Sciences, 34 (14), 1297-1304.
  7. Wallace PJ et al. (2017). Effects of motivational self-talk on endurance and cognitive performance in the heat. Medicine & Science in Sports & Exercise, 49 (1), 191-199.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *