SportWetenschapWielrennen

“Contador kon ik goed gebruiken om het probleem van besmet vlees aan te kaarten.”

Als gevolg van een positieve clenbuterol uitslag moest Alberto Contador zijn Tourzege van 2010 inleveren (By Hyku on Flickr [CC BY-SA 2.0], via Wikimedia Commons)
In plasjes van atleten die in 2008 aan de Olympische Spelen meededen, zijn sporen van clenbuterol gevonden. De atleten gaan vrijuit omdat volgens het Internationaal Olympisch Comité en wereldantidopingagentschap WADA het eten van vervuild vlees de waarschijnlijke oorzaak is. Toen in 2010 de Spaanse Tour de France winnaar Alberto Contador positief op het verboden middel testte, kwam dopingdeskundige Douwe de Boer met eenzelfde uitleg op de proppen maar kreeg de wielrenner alsnog een schorsing aan zijn broek. Hoe kijkt De Boer tegen de kwestie aan?

“Wat het IOC en WADA nu eigenlijk doen, is dat ze een afkapwaarde voor clenbuterol hanteren. Formeel is die er niet, elke molecuul clenbuterol in de urine van een sporter is er officieel namelijk één teveel. Maar informeel lijkt die er wel te zijn, omdat bij lage concentraties voedselvervuiling niet uitgesloten kan worden. In de Contador zaak destijds pleitte ik er al voor dat er een afkapwaarde voor clenbuterol moest komen. Ik kan me dus wel vinden in het besluit om de atleten bij wie nu een lage concentratie  in de urine is gevonden vrijuit te laten gaan, maar erger me wel aan het feit dat de autoriteiten zo inconsequent en selectief acteren. Voor al die atleten die in het verleden met eenzelfde soort uitslag wél gestraft zijn, is dit besluit natuurlijk problematisch. En voor de buitenstaander is het ook niet te begrijpen dat een sporter positief test en niet vervolgd wordt. Logisch dat de ARD hier mee naar buiten komt.”

Lees verder op Blendle